klap nieuws
De afgelopen tijd is pensioen bijna dagelijks in het nieuws geweest. Stakingen in Frankrijk tegen het verhogen van de pensioenleeftijd, pensioenfondsen in Nederland in de problemen en natuurlijk dat grote hangijzer rond de afgelopen verkiezingen: de verhoging van de AOW leeftijd in Nederland.
Door al deze aandacht zou je bijna denken dat het goed mis is met pensioen in Nederland. Voor de meerderheid van de Nederlandse werknemers is er inderdaad iets aan de hand.
Van een groot aantal bedrijfstak- en ondernemingspensioenfondsen is bekend dat de dekkingsgraad al enige tijd te laag is. De dekkingsgraad geeft aan in hoeverre een pensioenfonds in staat is om aan al haar verplichtingen te voldoen (lees: is er genoeg geld in kas om de pensioenen te kunnen betalen). Voor een klein deel komt dit door tegenvallende beleggingsopbrengsten als gevolg van de kredietcrisis. Voor het grootste deel wordt dit echter veroorzaakt door een historisch lage rentestand in combinatie met het feit dat wij gemiddeld steeds ouder worden.
De lage rentestand zorgt ervoor dat de pensioenfondsen steeds grotere reserves aan moeten houden om de (toekomstige) uitkeringen te kunnen voldoen. Vanuit de Tweede Kamer is daarom voorgesteld om deze rentevoet aan te passen zolang de crisis duurt. De kans is echter klein dat de regering hiermee akkoord gaat, omdat je het probleem dan alleen maar afschuift op latere generaties.
Dat wij langer leven is voor pensioenfondsen een groter probleem. Hoe langer wij leven, hoe langer het fonds moet uitkeren, hoe meer geld ze in kas moeten hebben. De ingangsdatum van de AOW is per 2020 al verschoven naar 66 jaar en in 2025 naar 67 jaar. Te verwachten valt dat ook de aanvullende pensioenen op een latere leeftijd dan 65 jaar tot uitbetaling gaan komen.
Voor iedereen die echter niet bij een pensioenfonds zit, maar zijn pensioen bij een verzekeraar opbouwt, speelt dit probleem veel minder. Dit komt omdat je binnen een pensioenfonds met zijn allen voor elkaar spaart, terwijl bij een verzekerde regeling iedereen een eigen pensioenspaarpot heeft.
Is sprake van een middelloonregeling, dan is de afspraak dat het pensioen een van te voren bepaald bedrag per jaar zal zijn, een uitkeringsovereenkomst. Het is een wettelijke plicht dat de benodigde spaarpot altijd is afgefinancierd. Het pensioen dat is toegezegd, is dus niet afhankelijk van de dekkingsgraad van de verzekeraar.
Een uitzondering is een pensioenregeling waarbij niet een vast pensioenbedrag per jaar is toegezegd maar een kapitaal, een zogenaamde premieovereenkomst. Daarbij is het pensioen afhankelijk van de beleggingen en van de rentestand op pensioendatum. Een premieovereenkomst biedt minder zekerheid omtrent de hoogte van het pensioen dan een middelloonregeling.
Zowel voor pensioenfondsen als verzekerde pensioenregelingen geldt dat ons nog het nodige te wachten staat. Verwacht mag worden dat langer doorwerken nodig zal zijn om de pensioenen betaalbaar te houden. Of er zal meer moeten worden gereserveerd. De discussie over pensioen zal zeker nog geruime tijd doorgaan.
Wilt u als werkgever de pensioenregeling laten toetsen of heeft u vragen over uw pensioenregeling, neem dan contact op met: