klap nieuws
Als er sprake is van een verkeersongeval waarbij een sterkere verkeersdeelnemer (bijv. een rijdend motorrijtuig) en een zwakkere verkeersdeelnemer (bijv. een fietser of een voetganger) betrokken zijn, dan is de sterkere verkeersdeelnemer zonder meer aansprakelijk voor de schade aan de zwakkere verkeersdeelnemer. Dit is geregeld in artikel 185 van de Wegenverkeerswet (WVW). Dit artikel dient ter bescherming van de zwakkere verkeersdeelnemer, bijv. een voetganger of een fietser, omdat zij per definitie meer (letsel)schade op kunnen lopen door toedoen van het motorrijtuig dan andersom.
Voorbeeld 1: Een automobilist rijdt stapvoets over een woonerf. Plotseling komt er een vijfjarig kind achter een geparkeerde auto vandaan en rent tegen de voorzijde van de auto aan. Het kind breekt zijn been; de auto heeft geen schade.
Het beschermende artikel is van toepassing; er is sprake van een verkeersongeval waarbij een ´rijdend´ motorrijtuig en een zwakkere verkeersdeelnemer betrokken zijn. Volgens artikel 185 WVW is de eigenaar of houder van het motorrijtuig volledig aansprakelijk voor de (letsel)schade van het kind. Volgens het wetsartikel zelf, mag de automobilist proberen om een beroep te doen op overmacht; de automobilist moet dan aantonen, dat de oorzaak van de schade volledig buiten zijn invloedsfeer ligt. Ook zou hij mogen proberen eigen schuld van de zwakkere verkeersdeelnemer aan te tonen. Volgens jurisprudentie mag de automobilist echter géén beroep op overmacht of eigen schuld doen als de zwakkere verkeersdeelnemer jonger is dan 14 jaar. Dan is en blijft de automobilist ten aanzien van de letselschade van het kind volledig aansprakelijk en zal hij de schade aan het kind voor 100% moeten vergoeden. Dit wordt de 100% regel genoemd.
Voorbeeld 2: Een automobilist rijdt stapvoets over een woonerf. Plotseling komt er een jongeman van 18 jaar op zijn fiets achter een geparkeerde auto vandaan en de fietser rijdt tegen de voorzijde van de auto aan. De jongeman komt ten val en breekt zijn been en zijn fiets is zwaar beschadigd. De auto heeft geen schade.
Ook in dit voorbeeld is het beschermende artikel van toepassing; de eigenaar of houder van het motorrijtuig is in principe volledig aansprakelijk voor de (letsel- en materiële) schade van de fietser.
Nu mag de automobilist wel proberen om een beroep te doen op overmacht en/of eigen schuld van de zwakkere verkeersdeelnemer aan te tonen. Een beroep op overmacht zal niet lukken, omdat de automobilist er rekening mee moet houden, dat er op het woonerf mensen kunnen lopen en nu het tot een botsing is gekomen heeft hij daar kennelijk onvoldoende rekening mee gehouden. Een beroep op overmacht slaagt alleen als de automobilist kan aantonen, dat hem geen enkel verwijt te maken is en als hij kan aantonen dat hij rekening gehouden heeft met alle omstandigheden van dat moment.
Een beroep op eigen schuld van de fietser zal wel lukken, want de fietser heeft zelf onvoldoende goed opgelet. Als een beroep op eigen schuld kan worden gedaan, dan zou de automobilist geen schade hoeven te vergoeden. Maar uit jurisprudentie is gebleken, dat de automobilist, ook al kan hij een beroep doen op eigen schuld van de zwakkere verkeersdeelnemer die 14 jaar of ouder is, toch 50% van de schade aan de zwakkere verkeerdeelnemer moet vergoeden. Dit wordt de 50% regel genoemd. In voorbeeld 2 zal de automobilist dus ondanks de eigen schuld van de fietser 50% van de materiële en de letselschade aan de fietser moeten vergoeden.
Veronderstel dat er ook schade aan de auto was in zowel voorbeeld 1 als 2, dan kan de automobilist zich voor die schade wel volledig beroepen op eigen schuld van de zwakkere verkeersdeelnemer, dus zowel voor een kind jonger dan 14 jaar als iemand van 14 jaar of ouder. Voor de schade aan de auto geldt wel de beschermende werking van artikel 185 Wegenverkeerswet in die zin, dat de automobilist in principe wel zelf verantwoordelijk voor de schade is, maar hij mag wel een eigen schuld van de zwakkere verkeersdeelnemer proberen aan te tonen. Voor de schade aan de sterkere verkeersdeelnemer geldt de in jurisprudentie vastgelegde 100% en 50% regel niet. De sterkere verkeersdeelnemer kan dus wel de schade volledig verhalen op (de ouders van) de zwakkere verkeersdeelnemer als hij de eigen schuld van de zwakkere verkeerdeelnemer kan aantonen.
Met een rechtsbijstandverzekering voor verkeersdeelnemers (of als onderdeel van een gezinsrechtsbijstandekking) heeft u ondersteuning bij uw verweer.