Onder het Anw-gat verstaan we het verschil tussen de uitkering waarop nabestaanden recht hadden krachtens de (inmiddels vervallen) Algemene Weduwen en Wezenwet (AWW) en de huidige Algemene nabestaandenwet (Anw). Als gevolg van de invoering van de Anw kunnen nabestaanden geconfronteerd worden met een zeer forse inkomstenterugval. De Anw legt de verantwoordelijkheid voor het treffen van een financiële nabestaandenvoorziening grotendeels bij personen zelf. Het inkomstenverschil kan worden voorkomen met een Anw-gatverzekering.
De belangrijkste oorzaken van het inkomstenverlies zijn: de AWW kende geen inkomenstoets, de Anw wel. Kort gezegd komt het er op neer, dat een nabestaande krachtens de AWW recht had op een vaste uitkering, ongeacht eventueel ander inkomen. Krachtens de Anw wordt inkomen in verband met arbeid van een nabestaande, zoals een uitkering krachtens de WAO of WW, volledig in mindering gebracht op de nabestaande-uitkering.
Inkomen uit arbeid, zoals inkomen uit dienstverband en/of winst uit onderneming, wordt gedeeltelijk gekort. Vanaf een zeker bedrag aan inkomen, vervalt het recht op een nabestaandenuitkering. Ruwweg is dat vanaf € 25.000 bruto per jaar. Een nabestaande met een kind jonger dan 18 jaar, ontvangt krachtens de Anw een uitkering van maximaal 90% van het nettominimumloon, terwijl dit krachtens de AWW 100% van het nettominimumloon was. De groep nabestaanden die recht hebben op een uitkering krachtens de Anw, is beperkter dan krachtens de AWW.
De Anw-gatverzekering kan individueel gesloten worden. Meer gebruikelijk is om de bestaande pensioenregeling uit te breiden met deze aanvulling. Voor werknemers is dit veelal collectief geregeld